Tijdens openingstijden
Openingstijden: wo: 14.00 uur - 16.00 uur | za: 11.00 uur - 16.00 uur
door Ria Vitters
In de bestrating voor de Alphense kerk, nu Adventskerk, lag eeuwenlang een Blauwe Steen in een ster. De steen was gemaakt van blauw hardsteen, ook wel blauwsteen of arduin genoemd. In het midden zat een gat, waardoor het hart van de ster wat weg had van een molensteen. Rondom de Blauwe Steen lagen acht donkere straalspitsen in een bed van lichte keitjes. Het geheel verwees naar het wapen van Alphen. In 1915 is de ster uit het straatbeeld verdwenen in verband met modernisering van de weg. Deze markering wordt binnen nu en twee jaar, bij de vernieuwing van de gehele Julianastraat, teruggebracht op de oude plek en niet zoals eerder vermeld bij de herinrichting van het plantsoen voor de kerk. Maar wat is eigenlijk het verhaal achter die Blauwe Steen?
Oudste vermelding Blauwe Steen
In het gemeentearchief van Alphen aan den Rijn liggen drie oude documenten, waarin de ‘Blaeuwe Steen’ genoemd wordt als plaatsaanduiding. Het gaat om akten uit het archief van het gerecht gepasseerd voor de schepenen van Alphen in 1584, 1586 en 1598. In de akte van 1598 wordt de locatie van de Blauwe Steen omschreven als: liggend bij de kerk en naast het huis van de schout.
Het vermoeden bestaat echter dat de Blauwe Steen daar al ver voor 1584 lag. Deze veronderstelling is gebaseerd op onderzoeken naar dit fenomeen in andere dorpen en steden. Zo ligt er nog een Blauwe Steen in Culemborg, Schoonhoven, Batenburg en Doesburg. In Goes, Nijmegen en Leiden zijn nog niet zo lang geleden replica’s van de Blauwe Steen herplaatst op de eeuwenoude plek.
Uitgebreid onderzoek naar de Blauwe Steen in Leiden heeft uitgewezen, dat het gaat om een middeleeuwse gerechtssteen, waarop de uitvoering van (vaak bloedige) vonnissen plaatsvond. De oudste vermelding van de steen in Leiden dateert uit 1321, maar de geschiedenis van de gerechtsplaats gaat waarschijnlijk terug tot graaf Floris V (1254-1296), zowel in Leiden als in Alphen. Floris V had namelijk tot 1273 zeggenschap over de benoeming van een pastoor in de Alphense kerk. Dat gaf hem recht op inkomsten uit de parochie, maar daardoor ook politieke invloed.
De schout en de vierschaar
In Alphen kwamen, voor zover dat te achterhalen is, elke veertien dagen vier schepenen (de Vierschaar) bij elkaar om recht te spreken. In eerste instantie gebeurde dat buiten in het openbaar, maar later in een herberg. Eiser en gedaagde deden hun verhaal, waarna getuigen werden gehoord. Daarna bepaalde de Vierschaar of de gedaagde een misdaad had begaan. Afhankelijk van het vergrijp volgde een boete of een straf. Vanaf circa 1600 werden de schepenen bijgestaan door de schout. Deze vorm van berechting verdween in de Franse tijd (1795-1814).
Middeleeuwse straffen
De straffen werden in het openbaar uitgesproken en de uitvoering tijdig aangekondigd om zoveel mogelijk publiek te trekken. Van de daadwerkelijke handelingen moest een afschrikwekkende werking uitgaan. De zondaar zat in afwachting van zijn straf zolang in het gevang.
In het gat van de Alphense Steen kon een schandpaal worden gezet. De voor paal gezette boosdoener werd vastgeketend. Daarna mochten de Alphenaren de gestrafte uitschelden en bekogelen met rot fruit, uitwerpselen of iets dergelijks. Op een schandbord stond vermeld welk misdrijf de dader had begaan. Het brandmerken, afhakken van ledematen of het geven van zweep- en stokslagen vonden vaak plaats op een schavot ’ ter leering ende vermaeck”. De doodsstraf mocht in Alphen niet uitgevoerd worden. Dit soort berechtingen vonden plaats voor een hoger rechtscollege, zetelend in Het Gravensteen van Leiden of het Hof van Holland in ’s-Gravenhage.
Des te uitzonderlijk was het, dat er in 1673 in Alphen toch vijf mensen aan een galg bungelden en dat één persoon onthoofd werd op de Blauwe Steen…
Daarover in de volgende nieuwsbrief meer.
Wordt vervolgd…!